Van karperen naar snoeken en weer terug…

De overgang van karpervissen naar snoeken gaat dit najaar niet van het ene op het andere moment. Het doodaasvissen zit wel in mijn kop, maar het weer van de afgelopen periode paste er wat mij betreft minder goed bij. Elke vissessie was het weer twijfelen… ga ik snoeken of karperen? Het besluit dat ik dan nam was niet altijd de juiste. Zo heb ik geregeld met mijn doodaasuitrusting bij het water gestaan… zwetend… net iets te koud voor oppervlaktevissen… veel te warm voor mijn manier van doodaasvissen!
 


Doodaasvissen kan natuurlijk altijd. Ook in de zomer is er met een dode vis prima snoek te vangen, maar als ik aan doodaasvissen denk, dan denk ik aan logge thermolaarzen, bomen bedekt onder een laagje rijp, koude handen opwarmen aan een warme bak koffie en deze vervolgens in de ijskoude kieuw van een snoek steken… dat soort dingen… heerlijk!  

Een tijdje terug kwam ik thuis van zo’n te warme doodaassessie. Het had me wel goed gedaan, maar niet goed genoeg. Snel wisselde ik mijn doodaasspullen om voor licht pengerei, zwaaide even door het raam naar mijn vrouw en was weer weg. Onderweg kwam ik erachter dat ik iets te snel had gehandeld. Mijn schepnet zat nog in het foedraal van de doodaashengels. Teruggaan zag ik niet zitten en dus besloot ik een eventuele vangst met de hand te landen. 




Het pennen gaf me in deze weersomstandigheden een prettiger gevoel. Het zonnetje streelde mijn rug die vervolgens weer zorgde voor een brede schaduw op het water. Ik bleef rustig zitten zodat de karpers niet zouden schrikken van mijn schaduw. Het pennetje was goed te zien in mijn eigen schaduw, tenminste… totdat deze rustig onder getrokken werd. Het eerste karpertje was een feit! Ik had gelukkig laarzen aan en kon in de ondiepe sloot prima aan/in de waterkant staan. Met mijn hand onder de buik van de karper tilde ik hem op en met mijn andere hand wipte ik het haakje uit de bek. Natuurlijk hield ik de karper tijdens dit proces wel boven het water. Ik maakte even een foto en zette de vis snel weer terug. 
Een half uurtje later was het weer raak. Weer zo’n prachtig schubje en weer met de hand geland. Genieten!


De middag werd afgesloten door een mooie zonsondergang. Eindelijk voldaan…

 En laat nu het koude winterweer maar komen. Ik heb zin in doodaasvissen!


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.