Stekinfo/vistechniek voor Tong op de Westerschelde

Onderstaand berichtje kregen we van Peter en vonden het leerrijk en zeker de moeite waard dit met onze volgers te delen. 
komt vanaf april onder de kust als water
temperatuur boven 10 graden komt, nu de temperatuur van water voor loopt op
seizoen is het weer tijd om op jacht te gaan. Ik zag dat ik in 2014 (warme
temperatuur zeewater) in maart de eerste tongen ving en 2015 en 2016 de eerste
pas in juni. De toptijd van tong is overigens juli en augustus maar omdat Tong
een van mijn favoriete vis is en ook de smakelijkste, heb ik het voornemen mij
er dit voorjaar specifiek op te richten.
 

De tong is een eigenzinnige vis, je vang ze de
ene dag wel en de andere dag niet en waar dat aan ligt is mij nog niet geheel
duidelijk. Factoren die wel meespelen zijn: modderige bodem (zorgt tevens voor
dik water), niet al te sterke stroming en mooi weer met liefst een oosten wind.
Het juiste materiaal en de goede aasaanbieding zijn ook heel belangrijk zorg
voor loeischerpe haken, soepele afhouders en bied alles strak aan de bodem aan.
Als aas staan stukjes dikke steekzager bij mij bovenaan het lijstje, gevolgd
door zwarte pieren en kweekzager, die elkaar in succes afwisselen. De tong aast
vooral op geur dus toeters en bellen hebben geen meerwaarde. Al hoewel ik het
niet kan laten een rode aaslijn te gebruiken en er ook een parelmoerig kraaltje
op te doen gevolgd door geknoopt stuitje, die er voor zorgt dat het aas niet
naar boven schuift en mooi op de haak/lijn blijft zitten. En wees eerlijk het ziet
er ook beetje gelikt c.q. professioneler uit hahaha. Bij de pieren wil ik wel
eens het kopje afsnijden, leegstrijken en vervolgens op de grond gooien, zo
trekt hij nog een keer samen wat een stevigere pier oplevert.

Ik maak mijn
staande lijn van 70/00 zodat de stroom hem lekker tegen de bodem aan kan duwen en
daar zet ik 2 afhouders op. Ik heb soepele en stuggere kunstof afhouders, hele
dunne metalen afhouders en een combinatie van metaal en kunstof waar ik hele
goede ervaringen mee heb. Met de downtide onderlijn gebruik ik nog loodjes bij
de afhouders als extra gewicht om onderlijn op de bodem te houden.

Het primaire doel van een afhouder is om de aaslijn
van hoofdlijn te houden zodat het niet verstrikt raak. Dan wil ik bij de tong
een zo soepel mogelijke afhouder hebben, omdat de tong een voorzichtige bijter
is die eerst boven aas gaat liggen om er voorzichtig aan te happen(trillingen)
en enig weerstand kan hem/haar afschrikken. Nu speelt de sterkte van de stroom
ons altijd parten en zal een kwispelende afhouder misschien een zeehond
aantrekken maar beslist geen tong. Dus zet ik steeds stuggere afhouders in om
dan maar een stille aasaanbieding te borgen. Ik geloof niet in aanslaan van een
vis op 10-20 meter diepte vanuit de boot dus, een zwaar of geankerd lood waar
de vis zijn eigen op haakt is het motto. Het aanslaan is alleen te realiseren
met weinig stroom en een lichte hengel in combinatie met licht materiaal.
Vissen met licht materiaal is eigenlijk wel meer mijn sport en ik grijp de kansen
aan als die er zijn. Met lichte visserij is de aanbeet van de vis beter
zichtbaar op de hengeltop en heb je meer contact met de vis waardoor je hem eventueel
eerder aan kan slaan. Zwaar lood is hier dus niet nodig om de vis te haken
maar, moet hij wel zwaar genoeg zijn om de onderlijn stil op de bodem te houden.
Ook vis ik wel met een schuivende enkel haaksysteem wat nog directer op de
hengeltop doorgegeven wordt en zo het ultieme viscontact geeft.
De
tongenplek
ik heb een 2 tal specifieke locaties waar de
tong graag vertoeft dat zijn Westkapelle/Domburg en Verdronken Zwarte Polder
(voor Nieuwvliet ten oosten van Cadzand) . De tong zit graag in modder en
liefst bij kleirichels ik leg uit waarom mijn 2 plekken hieraan voldoen.
Bij
Westkapelle/Domburg
komt de zeeklei voor wat heel
vroeger (ijstijd) bezonken sediment is geweest die binnen de zandheuvels
gevormd werd. Later kwam dit gebied door de erosie weer in zee terecht en
vormen nu de kleiranden die door de huidige afkalving zandlaag weer naar boven
komt.
Bij de
Zwarte Polder
is deze grond ook vroeger door sediment
gevormd en d.m.v. de geulen tot ver in land werd afgezet. Alleen is het bij de
zwarte polder een landbouwgebied dat overstroomd is en aan de zee is
teruggegeven.
Uiteraard zullen er wel meer plekjes zijn ik
geef hier enkel aan dat modder en kleirichels de stek is voor tong. Je heb behalve
kleirichels ook nog de z.g. tongen putten dit zijn putten waar de tong zijn
prooi afwacht, vaak vind je die links en rechts bij uiteinde van de paalhoofden
maar ook langs de kust zijn er putten te vinden die waarschijnlijk gevormd zijn
door zachte en harde onderlagen van de bodem waar de stroom overheen gaat.
Dan is het zaak ze te vangen en of het lukt
met jou in elkaar geflanste onderlijn en theorieën. Dat wordt de vraag!! En als
ik dan zo’n grote lap van een Tong vangt dan beleef ik hieraan de voldoening die
ik uit mijn sport wil halen.

Maarrrrrrr zoals het ook vaak voorkomt dat ik ze niet vang, dan heb ik toch een
relaxte en in de vrijheid van de zee genoten dag gehad. Dan neem ik in ieder
geval de leuke aanblikken van scheepvaart, vogels, bruinvissen en zeehondjes
mee naar huis.
Bedankt Peter!

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van De Kleine Bootvisser en met toestemming geplaatst op hengelsportnieuws.nl.