Stekhopping in de Westerscheldemonding

Hey allemaal

Vorige week samen met Sven eindelijk nog eens vanuit Breskens kunnen varen. We gingen op zoek naar nieuwe stekken en hopelijk de eerste tongen van 2016.  Het was al enkele dagen heel mooi voorjaarsweer met temperaturen van dik in de twintig graden. Met zo’n temperaturen begin je stilletjes aan zomer te denken en aan één van mijn favoriete vissoorten, tong.
We wisten dat er veel schar en wijting in de Westerscheldemonding zat en we zouden ons daarop concentreren. Als aas hadden we daarom zeepieren, diepvriestappen en gezouten tappen bij.

Onderweg wilden we echter nog wat zagertjes bijkopen voor de tong, maar deze waren op. Achteraf bekeken bleek dit funest voor onze vangsten.
Een zwakke oostenwind veroorzaakte een zachte rimpel op de Westerschelde. Het was zalig varen naar onze eerste stek, de Sluische Hompels. Hier ankerden we op een 9 meter water en ondanks dat er nog een beetje afgaand water liep, viel de vangst wat tegen. Af en toe een schar, maar de meeste waren ondermaats. We visten met gele plastieken afhouders en verzwaard stalen afhouders. Vooral de gele afhouders deden het beduidend beter.

We wachtten nog even de vloed af, die rond 10 uur doorzette. De vangst trok aan en de beten volgden elkaar nu sneller op. De vis bleef echter overwegend klein en we besloten om iets meer naar de Trawl boei te verkassen. De Limanda lag daar met nog enkele andere boten en ving redelijk vis, waaronder ook mooie wijting. En inderdaad, de vis was iets groter en er zat af en toe een wijting tussen. We visten nu elk met één hengel uptide met stalen afhouders en één hengel achter de boot met drie haken onder het lood.

Een speciale onderlijn waarbij alle haken strak tegen de bodem aangeboden worden. Dit werkte heel goed en nu kwamen er regelmatig doubletten en tripletten boven.
Toen de vloedstroom minderde trokken we op aanraden van Hank van het Wiesje naar een randje waar de dag voordien al enkele tongen boven kwamen. We veranderden onze onderlijnen naar korte stalen afhouders, geen parels meer en onze verse zeepieren werden nu aan de haak geregen. Geankerd op 14 meter water vingen we direct mooiere vis, wijting en schar, maar de tongen schitterden in afwezigheid. Nu bleek hoe belangrijk een goede voorbereiding van een visdag is. Aan boord van Wiesje werden er op ongeveer een uurtje tijd (waarvan een dik half uur weinig stroming) zeven mooie tongen gevangen, allemaal op zagertjes!!

Niets aan te doen, maar we gaven de moed nog niet op. Op de terugweg zouden we nog even voor Cadzand op een nieuwe stek proberen. Een dieper geultje waar we ook op een tong hoopten. Hier zaten geen scharren, maar wel joekels van wijtingen. Die vingen we vooral strak boven de bodem en aan gele parels. De uptidehengel bleef voorzien van een tongenonderlijn en na een half uurtje kon ik mijn eerste scheefsmoel van 2016 binnenboord trekken, net geen 38 cm en een hele beste.

Bij de laatste trek kwam er nog een ondermaats tongetje boven, maar verder was het al wijting dat hier de klok sloeg.
We hebben weer enkele nieuwe stekken kunnen ontdekken en zo krijgen we stilletjes aan wat voeling met de Westerschelde, hetgeen toch een heel ander water blijkt dan de Oosterschelde of de Voordelta.

Grtz
Nico


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van De Kleine Bootvisser en met toestemming geplaatst op hengelsportnieuws.nl.