Oppervlakkig…

Als het tropisch warm weer is laat ik mijn (vis)projecten vaak even liggen. Geen ‘moeilijke’ doelen,  maar even genieten van vooral het kijken naar karpers. Het warme weer biedt voor mij dé uitgelezen kans om karpers te spotten. Ook op de kilometers lange kanalen zijn ze nu makkelijk te vinden.
In de auto ligt een hengeltje en wat ander visgerei, maar deze pak ik pas als de karpers echt gaan azen.



Na een uur voeren komt er af en toe een karper omhoog…

Stroomopwaarts van een groepje karpers strooi ik telkens wat brokjes en korstjes brood. De voorntjes weten er wel raad mee. De karpers reageren in eerste instantie niet. Ik blijf voeren en zit lekker in de berm te observeren. Het is prachtig om de karpers voorbij te zien schuiven. Er zitten een paar flinke tussen die zeker de 30 pond voorbij gaan.

Ik zit lekker in de berm te observeren…

Na een uur voeren komt er af en toe een karper omhoog. Soms wordt een brokje naar binnen gezogen, maar meestal wordt het voer betast en schiet de karper vervolgens schrikachtig met een klein plonsje weer onder.



Pas tijdens de schemering gaat een van de karper over tot echt azen. Helaas niet een grote dame, maar een slank mannetje. Ik gris de hengel uit de auto en sluip naar de karper toe. Anders dan bij het tactische statisch vissen, voel ik me nu een jager. Aan de lijn zit niet meer dan een klein klauwhaakje met een korstje brood. Voorzichtig laat ik het korstje in het water zakken. De karper aast rustig door en slurpt uiteindelijk ook mijn korstje brood naar binnen. Een explosie onder de top van de hengel volgt. Ik geef geen ruimte en schep binnen enkele seconden het mannetje op het droge. Het was een prachtige avond!


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.