Op mijn gemak – deel 11

Een anders zo rustig kabbelend slootje…
Regen, regen, regen en dan eindelijk is het droog. Ik rijd naar een slotenstelsel. Het doel, een middagje penvissen.
Het is alweer een paar weken geleden dat deze sessie anders verliep dan verwacht…

Ik had het kunnen weten. De anders zo rustig kabbelende slootjes hebben de grootste moeite alle kubieke meters water af te voeren. Ik zou, nu het water zo hard stroomt, ervoor kunnen kiezen de centrepin te gebruiken waarvoor hij bedoeld is, maar ‘k heb meer zin in het ‘gewone’ penvissen. Ik rijd verder naar een meertje. Daar moet ik ondanks de wolkbreuk kunnen penvissen. Het water kan er alleen omhoog, stromen zal het er nauwelijks.
Bij aankomst zie ik dat mijn redenatie klopt. Het water staat hoog, zo hoog dat ik kan vissen waar ik normaal aan de waterkant zit. En dat ga ik dus ook doen. In eerste instantie een vreemd gevoel, maar na de eerste aanbeten van voorntjes vergeet ik al snel de bijzondere situatie. Ik vis en tuur naar de pen. Opperste concentratie. Een agressieve aanbeet en aanslaan. Raak! De kracht die deze vis uitoefent is zo groot dat ik schat een karpertje gehaakt te hebben. Als ik aan het einde van de dril de vis schep ben ik verbaasd. Wat hebben we hier? Een kruising? Giebel? Ik zet de vis terug en bedenk me dat ik niet goed genoeg gekeken heb naar de rugvin. Een bolle rugvin duidt op kroeskarper. Ik kijk de foto’s terug. Nee, een kroeskarper is het denk ik niet…


Even later weer een felle aanbeet. Weer een krachtige vis en weer ben ik verbaasd als ik de vis schep. Ik zit midden in de natuur te vissen, echt niet stiekem in iemands vijver, en dan vang ik dit!

De volgende dag heb ik weer even tijd om te pennen. Deze keer aan de sloot waar ik al eerder over schreef (zie verslag: Penvissen in de winter – deel 6). Verscholen tussen het hoge gras bespied ik alle vissen die deze sloot bewonen. Ze hebben geen idee, want vlak onder mijn voeten word ik gepasseerd door familie brasem opgevolgd door twee karpers. Een van de twee is een flinke, zeker voor op de centrepin. Het voerplekje dat ik heb aangemaakt doet ze ogenschijnlijk niets. Zo word ik deze avond nog een paar keer gepasseerd. Het houdt me bezig, maar azen ho maar! Voor de vorm bevis ik het stekje toch maar, ‘k heb niet voor niets een hengel bij me… aan het einde van de avond schrik ik op. Naast mijn pen komt een wapperende staart omhoog. Een karper is toch overgegaan tot azen en dit precies op mijn voerstekje! Een minuutje later loopt het pennetje langzaam weg. Ik sla aan, een boeggolf, maar ‘k voel geen druk. Mis! Onder invloed van overtollige adrenaline leg ik opnieuw in. Na een tijdje zie ik kleine aasbellen! Geen wapperende staart deze keer. Misschien de kleinere karper? De pen loopt weg en ik sla opnieuw aan. Deze keer wel raak. Geen karper maar brasem. Eigenlijk wist ik dit al bij het zien van de typische brasem-aasbellen. Een kleine teleurstelling kan ik niet onderdrukken. Maar geef toe…. voor een brasem mag deze vis er best zijn en wie weet vang ik de volgende keer de wapperende staart…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.