Hoppen aan het kanaal – deel 4

In de maand mei plaatste ik mijn laatste verslag over het
kanaal dat ik dit jaar voor het eerst bevis (voor meer info check Het plan – karpervissen 2013). Tijdens
mijn vakantie in de Vogezen was het dit water dat geregeld in mijn gedachten opkwam.
Het is prachtig in de Vogezen, maar uiteindelijk gaat er wat mij betreft niets
boven een oeroud Hollands kanaal.

 


Dit maakt mij gelukkig…


Ik neem altijd een vuilniszak mee…
Het is 5-8-2013. Eindelijk is het zover. Ik zit aan het
kanaal te genieten van een prachtige avond. Geen vuiltje aan de lucht. Een
wandelaar passeert mij met een vriendelijke groet. Tegelijkertijd zie ik een
mooie grote groene sabelsprinkhaan. Ik voel me helemaal in mijn element en
verheug mij op een mooie nacht.

Grote groene sabelsprinkhaan

Alle drie mijn beetmelders piepen er lustig op los! Met twee
handen moet ik mijn paraplu stevig vasthouden. De hemel wordt om de zoveel
seconden fel verlicht. Een onweersbui zet mijn hele viskamp compleet op de kop!
Het is één uur ’s nachts. Noodweer!
Rond twee uur is de bui overgewaaid. Ik controleer mijn
hengels en duik daarna snel mijn slaapzak in. 
Pas de volgende ochtend, het is allang licht, krijg ik een aanbeet. Het
is een trage run die al vrij snel stopt. Ik zie aan de trillende top van de
hengel dat de vis zich niet gelost heeft. Als ik contact zoek merk ik een
behoorlijke tegenstand. De tegenstand die een kleine karper  kan bieden. Toch is het niet een karper. Het
gebonk duidt op een zeelt. Het duurt niet lang voordat ik de vis in het vizier
krijg. Inderdaad een zeelt! Dat ik haar zie betekent niet het einde van de
dril, want dit vrouwtje weet niet van opgeven. Meestal zijn het de mannetjes
die zo sterk zijn. Dit stereotype beeld doorbreekt dit vrouwtje. Niet de
lengte, maar de stevige hoge bouw maakt een diepe indruk op mij.  Eén van mijn mooiste zeelten ooit!

Mijn mooiste…

Na het terugzetten zit ik met een kopje koffie nog even na
te genieten en bewonder ondertussen de lucht die langzaam openbreekt. Het
vissersleven is goed.

De lucht breekt langzaam open…

Twee uur later ruim ik op. Ik ben tevreden over de vangst,
maar eigenlijk viste ik gericht op karper. 
Waar zitten ze? Vraag ik me af. Als ik mijn visspullen ingepakt heb ga
ik eerst naar de rommelplek en ruim daar alles op. Na dit smerige klusje is het
weer tijd voor iets leukers, namelijk een zoektocht naar potentiële stekken
voor volgende visavonturen. Al struinend, in de buurt van de rommelplek, zie ik
genoeg mogelijkheden. Toch besluit ik met de auto ook nog een gedeelte van het
kanaal te bezoeken zo’n 5 km
stroomopwaarts. Daar aangekomen merk ik een mooi pad op dat richting het kanaal
loopt. Als ik hierover wandel zie ik in de verte een ree voor mij uitlopen. Ik
heb de wind niet in de rug en daardoor kan ze me dus niet ruiken. Ik versnel
mijn pas. Telkens als de ree omkijkt ga ik stil staan. Het is net of ze me dan
niet kan zien, want zonder schrik vervolgt ze haar route. Dit ritueel herhalen
we samen een stuk of vier keer en ik geraak steeds dichter bij dit mooie
schepsel. Ondertussen baal ik dat ik mijn camera in de auto heb laten liggen.
Uit nood pak ik mijn mobiel. De foto is niet perfect, maar jullie kunnen goed
zien hoe dit beestje, als een hondje voor mij uitliep.

 

Als een hondje…

De ochtend zit erop. Ik moet naar huis. Terugblikkend op een
prachtige sessie  heb ik zo het vermoeden
dat dit wonderschone kanaal een blijvertje is. Ik heb geen haast. Het blijkt
een lastig karperwater te zijn en dit jaar ga ik het denk ik niet kraken.
Misschien maar goed ook, want dan kan ik nog een lange tijd aan het kanaal
vertoeven. Met natuurlijk als excuus dat ik een puzzel op te lossen heb…
 


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.