Hoppen aan het kanaal – deel 2

Nu ik even een pauze heb ingelast wat betreft het project De lange adem, is het weer tijd voor het
kanaal. Het is alweer bijna een maand geleden dat ik daar voor het eerst een
nachtje viste. De omstandigheden waren toen winderig, koud en nat. Van karpers
geen spoor. Hoe anders verliep mijn tweede nacht aan het kanaal. Van slapen
kwam het nauwelijks…


Op dé visdag rijd ik met een onbestemd gevoel naar de stek.
Ik heb geen idee wat ik kan gaan verwachten van deze sessie, maar zin heb ik er
wel in. Met het karretje moet ik, vanaf de auto naar de stek, twee keer op en
neer voordat ik alles ter plaatse heb. Ik zou ervoor kunnen kiezen minder mee
te nemen, maar dingen zoals een waadpak voor het nauwkeurig inleggen van de
rigjes, een gasflesje voor het zetten van een lekkere bak koffie en een stoel,
dragen wel bij aan het hebben van een plezierige sessie. Ach, en een beetje
sjouwen is goed voor de spierballen. Nietwaar?

Als de rigjes vlak achter de plompen liggen en ik er flink
wat boilies omheen heb gestrooid ben ik klaar voor de nacht. Ik schenk een
wijntje in en luister naar de herrie, want wat kan de natuur een ‘lawaai’
maken! Terwijl ik geniet van de natuurgeluiden en ik net een slokje wijn wil
nemen vertrekt mijn rechter hengel.  Het
eerste glas wijn zal nooit mijn maag bereiken want  deze gooi ik, terwijl ik naar mijn hengel
duik, rakelings langs mijn stretcher. 
Doodzonde natuurlijk als ik een op hol geslagen brasem gehaakt zou
hebben, maar dat heb ik niet!  Een log
gevaarte trekt met grof geweld mijn nylonlijn door de plompenbladeren. Deze
hebben nog niet de taaiheid die ze verderop in het seizoen zullen krijgen en
vormen nauwelijks een gevaar. Ik laat de karper, want dat het een karper is
daar twijfel ik niet aan, lekker doorrossen. Terwijl de plompenbladeren (bij
wijze van spreken) mij om de oren vliegen, ervaar ik mijn visserij als iets
bijzonders. Zo’n lang en voor mij onbekend kanaal, zoveel stekken, en precies
op mijn voerplekje is het meteen raak! Langzamerhand gaat het rossen over in
rustiger zwemgedrag, maar toch blijft de karper nog steeds diep. Stapje voor
stapje win ik uiteindelijk terrein en trek ik de vis naar de oppervlakte. Vlak
voor het scheppen zie ik dat ik een spiegel heb. Even doe ik mee aan het
natuurrumoer door het maken van een luide vreugdekreet, want wat ben ik blij
met deze eerste kanaalkarper van dit project!


Terwijl ik opnieuw een glas wijn probeer te nuttigen (en dit
is tevens ook de laatste wijn die ik bij me heb, en dus probeer ik extra hard
te genieten…), krijg ik weer een aanbeet. Nu op de linker hengel. Deze keer
vliegt er geen wijn door de  lucht. Ik
zet het glas met het kostbare goedje rustig weg en hoor dat de in eerste
instantie keiharde run overgaat in een haperend gepiep. Ik ken deze aanbeten zo
langzamerhand wel. Vaak doen graskarpers dit, maar ik heb geen idee of die hier
zitten! Tijdens het drillen komt de vis in vergelijking met de spiegel veel
sneller naar de oppervlakte en kan ik aan de rugvin zien dat het inderdaad een
graskarper is. En geen kleintje! 
Graskarpers van dit formaat kunnen wel degelijk vechten en het is  dan ook een hele toer om de vis het schepnet
in te krijgen. Run na run moet ik pareren, maar als ik het gevaarte eindelijk
weet te landen neem ik in rap tempo een paar foto’s en meet de lengte op. Een
kleine meter, niet verkeerd! Toch zijn mijn gedachten na het terugzetten meteen
weer bij de spiegel. Want wat een vis was dat!


Na het verder nuttigen van het wijntje bereid ik me voor op
een lange nacht waarin ik hopelijk nog een keer gewekt word door een aanbeet
van een ‘gewone’ karper. Eerder dan ik had verwacht krijg ik, vlak voordat ik
mijn slaapzak in wil kruipen, weer een aanbeet. Het zijn niet meer dan een paar
piepjes, maar aan de stuiterende top te zien zit er wel iets aan mijn rigje. Ik
draai binnen en vang een dikke winde. Een prachtige vis, maar qua dril stelt
het niets voor op het zware materiaal waarmee ik vis. Ook de vorige sessie ving
ik een winde. Ik concludeer n.a.v. deze twee vangsten dat er bèst veel windes op dit kanaal zitten…
niet wetend dat ik het woordje bèst beter
kan vervangen door súper


De volgende ochtend krijg ik eindelijk weer een fatsoenlijke
run. Geen winde dus, maar het is wel een run die vrij snel begint te haperen.
Wat zou dat kunnen zijn (zeg ik cynisch)? Graskarper natuurlijk! En een beste
ook! 



Misschien klinkt het nu alsof ik
niet blij ben met deze joekels, maar zo is het niet hoor! Tuurlijk ben ik blij
met zo’n enorme vis die zorgt voor een mooie dril, maar graskarpers brengen ook
nadelen met zich mee. Ze vreten namelijk zo ontzettend veel! En dan worden ze
op deze stek ook nog eens geholpen door enorme aantallen windes. Het maakt de
jacht op de gewone karper er niet makkelijker op. Toch reis ik binnenkort weer
af naar deze stek, want met de vangst van de spiegel ben ik zo blij! Als er nog
meer van dit soort vissen rondzwemmen, dan laat ik me niet tegenhouden door een
paar grassies en windes. Dan maar wat minder slaap…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.