Hoppen aan het kanaal – deel 1

Van vrijdag 12 op zaterdag 13 april heb ik voor het eerst
een nacht aan het kanaal doorgebracht. Het kanaal is te ver weg voor het
dagelijks voorvoeren, maar met regelmaat rijd ik ernaartoe. Ik struin dan wat rond
in de mooie omgeving, speur naar karperactiviteit en voer, op de in mijn ogen
aantrekkelijkste plekjes, wat voor. Ik heb niet de illusie dat ik op deze
manier een stek kan opbouwen, maar aasherkenning bereik ik er misschien wel
mee.
Deze keer had ik van tevoren twee stekken aangevoerd. Eén
van de twee stekken is goed bereikbaar met de auto en ligt, i.v.m. de krachtige
zuidwestelijke wind deze nacht, mooi beschut achter een bosje. Het kanaal, dat
lang is en in een dunbevolkt gebied ligt, leek me niet een druk bevist water.
Als ik aankom op de stek ben ik dan ook stom verbaasd als precies op het plekje
waar ik gevoerd heb een groep jongens bezig is met het opzetten van hun
tentenkamp. Ik baal als een stekker, maar denk meteen aan de andere aangevoerde
stek. Op zich een mooie plek, anders had ik er natuurlijk niet voorgevoerd. Een
plek met in de nabijheid een ondiepe waterpartij waar karpers in deze tijd van
het jaar misschien naartoe trekken. Dit natuurlijk i.v.m. de paai. Helaas staat
het bosje daar wel aan de andere kant en zit ik dus volop in de wind. Ook heb
ik mijn karretje niet bij me en is deze stek niet bereikbaar met de auto.
Sjouwen dus!

 
Als ik eindelijk alles, na drie keer heen en weer gelopen te
hebben, op de stek heb liggen en ik tevreden start met het opzetten van mijn
pluutje, komen er twee jongens aan. Karpervissers nota bene! Hoe is het
mogelijk! De hele dag heeft het hard geregend, de aankomende nacht is een harde
wind voorspeld en ook weer veel regen, en toch is het hier nu al druk! Aan de
ene kant baal ik, maar aan de andere kant is het een goed teken. Er valt hier
wat te halen blijkbaar! In goed, maar doch dwingend, overleg met de jongens gaan
zij een stuk verderop zitten. Uit mijn zicht, en als ik niet aan ze denk lijkt
het net of ik alleen op de wereld ben.

Als alle visspulletjes hun plekje gevonden hebben start ik
met het bereiden van een maaltijd. Men neme twee (in blokjes gesneden)
kipfiletjes, een scheut olijfolie, een zak wokgroente, een eetlepel sambal, een
flinke scheut ketjap en nog een eetlepel sambal. De kip wordt gemarineerd in de olijfolie,
ketjap en sambal. Vervolgens goed gaarbakken en pas op het laatst de wokgroente
erbij. Nog een paar minuutjes omroeren en klaar is Koen. Gezond, maar zo
lekker!

Half twee ’s nachts. Een aanbeet! Cm voor cm wordt er lijn
genomen. Een vis heeft blijkbaar moeite met het verplaatsen van het lood. Geen
karper dus. Ik kruip mijn slaapzak uit en merk, als ik achter de paraplu
vandaan kom, hoe hard het waait. De wind komt tot mijn paraplu, kilometers
lang, nauwelijks een obstakel tegen en kan dus lekker doorwaaien. Als ik mijn
hoofdlampje aanklik, zie ik dat mijn schepnet over de hengels is gewaaid. Ai!
Die had ook het kanaal in kunnen waaien! De piepjes zijn gestopt. Inmiddels
wordt er dus geen lijn meer genomen. Ik voel of de vis er nog aan zit. Een
licht gebonk maakt duidelijk dat dit zo is. Ik verwacht een brasem maar het
blijkt een winde te zijn. Best een dikke van zo’n 50 cm lang.

Wat betreft aanbeten blijft het deze nacht verder stil. Geen
karper gevangen helaas, maar toch neem ik met een goed gevoel afscheid van deze
plek. Voorlopig dan, want ik kom terug. Dat zeker! Maar inmiddels ben ik ook
volop aan het voeren op een ander water. Het project De lange adem is in volle gang. Al twee weken voer ik dagelijks
voor. Binnenkort daar maar eens een nachtje draaien…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.