De Jacht – Metersnoek 40

De vorige snoeksessie kon ik afsluiten met een hattrick. Drie mooie snoeken, waarvan één een flinke. Duidelijk een stek om nog eens terug te komen was mijn conclusie. Toen nog niet wetende dat de volgende keer de stek bezet zou zijn…
 


Ik baalde dan ook flink toen ik met mijn spulletjes de stek voor de tweede keer benaderde en een collega snoekvisser op heterdaad betrapte met ook nog eens een snoek op de mat! Mijn eerste gevoel was negatief. Zou hij me de vorige keer bezig gezien hebben? Er waren de vorige keer geen sporen zichtbaar van vissers voor mij! Zou hij uit mijn verslag en foto’s hebben kunnen herleiden waar ik gevist had? Het zou zomaar kunnen!
Mijn tweede gevoel was positief. Deze visser heeft zijn spulletjes goed voor elkaar. De snoek ligt op een mat. Ik zie een visser zoals ik graag een visser zie! Iemand net als ik die de vissen met respect behandelt en geniet van wat het mooie Drenthe te bieden heeft.
De visser heeft mij waarschijnlijk de eerste sessie niet gezien en ook nu ziet hij me niet. Ik laat hem met rust en vertrek. Op naar een andere stek.



Aan een kanaal, op een stek waar ik nog nooit eerder gesnoekt heb, maak ik een paar voerplekjes met stinkende visballen. Het recept: vismeel, witvisvoertje (voor de binding), sardineolie en in stukjes gescheurde haring/sardines. Of het helpt? Tja, ik heb geen bewijzen. Ik vang mijn snoeken met en zonder voorvoeren. Een wondermiddel is het in ieder geval niet want deze middag is het akelig stil. In gedachten verzonken schrik ik dan ook van de aanbeet die ik niet meer had verwacht. Ik vang toch nog een snoek. Of dit nu dankzij de stinkende visballen is? Had ik zonder geblankt? Vragen zonder antwoorden… zoals meestal in de visserij.


Ik vis nog een tijdje door. Het wordt al langer licht. Het verlangen naar het voorjaar begint steeds sterker te worden. Toch wil dit niet zeggen dat ik van een winterlucht als deze niet kan genieten.
 


Het was een sessie anders dan gepland, maar daarom niet minder fijn. Tot de volgende keer…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.