De Jacht – Metersnoek 38

Ik zie veel foto’s op het internet van grote snoeken. Vaak
gevangen in een niet natuurlijke omgeving zoals bijvoorbeeld havens. Zelf heb
ik ook wel eens in havens gevist en met bijvoorbeeld de dobbermontage is het
daar vaak relatief makkelijk scoren. Toch heb ik twee redenen om dit soort
plekken niet geregeld te bevissen. Reden één is dat het voor mij ver rijden is
naar een fatsoenlijke haven. Reden twee, de belangrijkste reden, is dat ik hou
van een ruige natuurlijke omgeving waar ik zo min mogelijk mensen tegenkom.
Niet dat ik mensenschuw ben, maar in het weekend, na een werkweek waarin ik
continu onder de mensen ben, vind ik het fijn om even alleen te zijn. Even een
moment van bezinning. Even een moment van reflectie. Dit zorgt ervoor dat ik
met mijn beide benen op de grond blijf staan. Vaak beland ik op prachtige
stekken waar het goed toeven is. Dat ik dan niet altijd kies voor de bekendere
hot spots, en dus per te vangen snoek heel wat uurtjes moet draaien, zie ik
niet als een nadeel. Iedere snoek die ik wel vang geeft mij net dat beetje
extra voldoening.
Aan het kanaal…

Een bos en een open natuurgebied, gescheiden door een breed
kanaal. Mijn jachtgebied van deze sessie. Mijn drie doodaasmontages liggen
verspreid over het kanaal. Eén onder de eigen kant, één in het midden en één
aan de overkant. Iedere passerende snoek moet tegen één van mijn doodaasjes
aanzwemmen. Wel dringt zich meteen de vraag op of snoeken in dit seizoen veel
zwemmen. Sowieso kan deze vraag ook gesteld worden voor de andere jaargetijden.
Ik ken de oude boerenverhalen van vroeger nog wel. “Daar in de bocht van de
sloot Koen! Daar moet je gaan vissen! Daar ligt een metersnoek!”. Dat een snoek
een territorium had stond buiten kijf. Zwemmen deden ze nauwelijks. Nu denk ik
daar toch iets anders over. Alleen al de plekken waar de witvis zich ophoudt in
de winter en waar vaak enorm veel snoeken de witvis gevolgd hebben, bewijzen
dat snoeken zichzelf niet altijd een begrenzing opleggen.
Een ‘koude’ zon…
De plek waar ik vandaag vis is niet een typische holding
area voor witvis. Ik zit ‘gewoon’ midden aan het kanaal. De enige mogelijke
hotspot voor snoek zou de plek kunnen zijn waar een gemaal water in het kanaal
pompt. De montage onder de eigen kant heb ik vlak voor het gemaal gedropt. Door
de heftige stroming die er ontstaat als het gemaal aanslaat is er een kuil
ontstaan vlak onder de kant. Een kuil in een verder betrekkelijk saai
bodemprofiel wordt vaak gezien als een hotspot, maar wat als om de paar uur het
gemaal aangaat en alle vissen ‘weggeblazen’ worden.  Wat heeft witvis, laat staan een snoek, daar
dan te zoeken? Uit nieuwsgierigheid bevis ik toch de kuil. Zolang het gemaal
niet aanslaat blijft mijn montage wel liggen. Als na een uur mijn beetmelder om
aandacht begint te schreeuwen besef ik meteen dat het gemaal aangeslagen is. Ik
loop rustig naar de hengel en  verwacht
het kolkende water te zien. Niks is minder waar. Het gemaal staat nog uit! Toch
een snoek dus! Na aanslaan vecht de snoek voor wat ie waard is, en dat is heel
wat! Er wordt lekker lijn van de spoel gerukt en de hengel veert mooi door. De
dril verloopt probleemloos en uiteindelijk mag ik dan ook een prachtige snoek
op de foto zetten. Wat zou dit nou voor een snoek zijn? Een zwemmer? Of toch
een snoek die in de kuil woont en telkens als het gemaal aanslaat even een
rustig plekje opzoekt? Dit soort vragen, ook al beweren sommige vissers precies
te weten hoe alles zit, zal ik nooit met 100% zekerheid kunnen beantwoorden.
Zendertjes leveren tegenwoordig wel leuke wetenswaardigheden op. Een tijdje
terug heb ik daar nog iets over gelezen in een roofvisblad. Maar goed, het ene
water is het andere niet.  Wat in het ene
water geldt, hoeft niet zo te zijn in een ander water… ook niet als het gaat om
dezelfde vissoort. Tenminste, ik denk dat dat zo is. Straks ga ik nog doen
alsof ik die visser ben die alles weet… zo’n visser ben ik dus niet!
Thuisgekomen bekijk ik de foto’s van deze prachtige snoek.
Ook bekijk ik de foto’s van de andere snoeken die ik in dit kanaal heb
gevangen. Heel verschillende snoeken, op één snoek na. De snoek uit
De Jacht – Metersnoek 34 lijkt op de snoek van deze sessie. Dunner, maar net zulke donkere
vinnen! Ik kijk nog iets beter. Ik vergelijk de anaalvinnen van de twee
snoeken. Verdomd! Het is dezelfde snoek! Het is niet meer de dunne pier van een
paar maanden geleden, want nu zit ze lekker in het wintervet. Wat ook opvallend
is is dat ik deze snoek de vorige keer op een andere stek ving. Zeker een
kilometer verderop. Hier kan ik natuurlijk weer van alles over zeggen.
Bijvoorbeeld dat we hier te maken hebben met een zwemmer, een snoek die geen
vast territorium heeft. Maar goed, deze conclusie is ook heel makkelijk te
weerleggen. Ik kap nu met deze theoretische prietpraat. Een feit is dat het een
mooie snoek is, zeker nu er in vergelijking met een paar maandjes geleden een
mooi buikje onder zit…
Check de twee foto’s hieronder. Op het eerste gezicht twee
verschillende snoeken, maar als je goed kijkt naar de tekeningen op
bijvoorbeeld de anaalvin kun je zien dat het echt om een en dezelfde snoek
gaat. Heel bijzonder!
Gevangen in de herfst van 2013



Een paar maandjes later…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.