De Jacht – Metersnoek 30

Ik eindigde het vorige verslag met de belofte dat ik naar de visplas zou gaan. Ik heb mij daaraan gehouden. Op een doordeweekse middag heb ik er een aantal uren heerlijk geblankt. Meer heb ik niet te melden over de visplas… helaas!

Na een theateravondje van der Laan & Woe, stond ik zondagochtend voor mijn doen vrij laat op. Ik wilde ’s middags gaan vissen, maar nadat ik de gordijnen open had gedaan en ik een witte wereld aanschouwde, veranderde dit plan. Als een razende zocht ik al mijn spulletjes bij elkaar en een half uurtje later zat ik in de auto onderweg naar toch weer mijn oude vertrouwde stek. Eigenlijk had ik dat hoofdstuk afgesloten, maar na de blank op de visplas had ik gewoonweg meer vertrouwen in deze stek. Het zou toch fantastisch zijn om een echte sneeuwsnoek te vangen!

Een groot deel is niet bevisbaar…
Bij de stek aangekomen zie ik dat een groot deel van het water niet bevisbaar is. Het totale wateroppervlak ligt ergens tussen de 100 en 200 hectare, maar op de een of andere manier vriest dit water snel dicht. Misschien omdat het er niet zo diep is en mogelijk ook omdat het waterniveau maar heel geleidelijk daalt of stijgt of zelfs hele periodes stabiel is. Gelukkig is de plek waar ik wil vissen, op wat ronddrijvend ijs na, wel vrij.

Een prachtig gezicht…
In een maagdelijk wit tapijt prik ik vier hengelsteuntjes. Erbovenop pronken mijn doodaashengels. Een prachtig gezicht, maar de vangst van een mooie snoek zal de dag pas echt compleet maken. Ik heb er alle vertrouwen in. Ondanks dit tikt de klok genadeloos door en blijven mijn piepers angstvallig stil.

Ik word streng aangekeken…
Doe ik misschien iets verkeerd?
Ik vermaak mij ondertussen met het fotograferen van wat gevogelte. Op een dag als deze bereik ik een vorm van innerlijke rust waar geen enkele therapie tegenop kan. Ik schrik dan ook behoorlijk als er plots een collega-visser achter mij staat. Deze kerel was al de hele dag met kunstaas in de weer geweest, maar ook hij had tot nu toe geen succes gehad. We praatten wat over verschillende manieren van snoeken en het bleek dat ook hij in het bezit is van de nodige doodaaservaring op dit water. Ook hebben we het nog even over welke ‘vissers’ hier telkens rommel maken. Natuurlijk zijn we hier allebei om te vissen en niet voor een gezellig praatje. Als hij netjes vraagt of hij links van mijn stek met zijn kunstaas aan de slag mag gaan vind ik dat dan ook prima. Terwijl hij met een shadje langzaam en secuur de bodem afvist krijg ik toch een aanbeet. Een piepje, een trillend balletje, opgevolgd door een zachte fluittoon en een langzaam afwikkelende lijn laten een klassieke aanbeet zien. Aanslaan en hangen! Dit hele tafereel kreeg collega-visser (ik noem hem zonder toestemming niet bij naam) niet mee. Ik sta dan ook achter een bosje te drillen en ben niet zichtbaar voor hem. Door de wind hoort hij mij niet roepen en met één hand op mijn vingers fluiten kan ik niet goed bleek na meerdere wanhopige pogingen. Ik land de snoek in mijn grote karpernet en laat deze in het water hangen. Vervolgens ren ik om het bosje heen naar hem toe en vraag of hij wat foto’s wil maken. “Ik heb een snoek’, zeg ik nog. Hij kijkt naar mijn handen maar ziet niks. Ik vertel dat de snoek bij dit weer nat moet blijven en daarom hangt ze nog in het net. De onthaakmat, tangen en emmer water liggen op een mooi sneeuwplekje en samen halen we de snoek op. Op het moment dat ik het net uit het water wil tillen krijg ik een aanbeet op mijn andere hengel. De hele dag niks, en dan nu zo  snel achter elkaar twee aanbeten! Ik sla aan en alles voelt goed. Deze snoek is goed gehaakt en zal niet losraken! Twee sneeuwsnoeken! Yes! Maar dan… No! Toch! Hoe kan het! De weerstand is weg, de snoek is weg. ’t Is even balen, maar al snel ontferm ik me weer over de snoek in het net. Terwijl hij, die tijdelijk geen naam heeft, zich verbaast over het grote formaat aasvis waarmee ik viste (de snoek had deze in het net uitgespuugd) onthaak ik de snoek. Tijdens het maken van de foto’s houden we de snoek goed nat. Dit om bevriezingsschade te voorkomen. Eventjes later zwemt ze ongedeerd de diepte in. En dan komt het besef… ik heb een sneeuwsnoek!

Eindelijk mijn sneeuwsnoek!
Ongedeerd weer terug…

Het was een lange dag en gelukkig is deze dag afgesloten met een mooie vangst. Eindelijk een sneeuwsnoek. Zo blij als een kind kan zijn… zo blij ben ik ook! Vaak is het niet de vis die een vangst bijzonder maakt, maar de omstandigheden waarin. Dit gevoel werd des te meer bevestigd onderweg naar huis. Magisch!

De omstandigheden bepalen…


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.