De Jacht – Metersnoek 25

Het is 29 december. Waarschijnlijk vis ik vandaag mijn
laatste doodaassessie van dit jaar. Afgaand op de vorige sessie, waarin ik veel
aanbeten kreeg en uiteindelijk een grote snoek ving, reken ik stiekem op veel
actie. Ook deze keer sta ik weer vroeg bij de visplas. Het voelt alsof ik een
déjà vu meemaak. Bij het benaderen van de stek vliegen er weer ontelbaar veel
eenden snaterend op, weer zie ik kringetjes van kleine visjes aan de
oppervlakte, weer de staartslagen op het water zoals zeelt dit kan doen. Ook al
vis ik hier pas voor de tweede keer, ik voel me helemaal thuis. In een rap
tempo maak ik alle spulletjes in orde. Drie hengels liggen netjes in. Links op
een diepte van 5 meter,
relatief dicht bij de kant, ligt een makreeltje op de bodem. In het midden ver
uit de kant op acht meter diepte ligt een sardine hapklaar en rechts op het
laatste stukje talud, zeven meter diep, wacht een vette haring op moeder snoek.
Ik gebruik vandaag geen dobber, alleen beetmelders. Zo kan ik ook genieten van
de vogels die hier in alle soorten en maten rondvliegen. Ik zit op mijn stoel
en nip wat van een bak koffie. Voor een buitenstaander zie ik er waarschijnlijk
uit als een slaperige visser die geniet van zijn rust. Niets is minder waar. Ik
ben er klaar voor. Klaar voor een heleboel actie!


En zo tikken de minuten voorbij. Misschien ben ik te gretig.
Als minuten al lang lijken te duren ben ik verkeerd bezig. Ik neem nog een bak
koffie. En nog één. Uren verstrijken. Ik drink de hele kan leeg. De ochtend is
overgegaan in de middag. Er gebeurt helemaal niets!

Er gebeurt helemaal niets…
Twee jongens, de een kleiner dan de andere, lopen hard
pratend achter mij op het fietspad. Later zie ik ze schuin tegenover mijn stek
in een smalle opening tussen de bomen. Ze staan aan het water met ieder een
werphengeltje en het kleinste jochie heeft ook nog iets in zijn handen wat
lijkt op een vlindernetje. Wat zouden ze gaan doen? Het vlindernetje geeft niet
het beeld van een serieuze jacht op grote vissen, maar wat er aan hun lijnen
hangt is andere koek. De kleinste van de twee maakt aanstalten om te gaan
inwerpen. Een groot stuk kunstaas wordt weggeslingerd.  Hard, maar vooral hoog! De woordenschat van
het jongetje is goed ontwikkeld, want een scheldkanonnade galmt over het water.
Hij is niet tevreden over zijn worp en dit begrijp ik. Hij heeft zijn kunstaas
namelijk over een tak geslingerd. Vanaf daar is het verder gevlogen en toch nog
10 meter
uit de kant in het water  beland. De
grootste jongen is er één van het koelbloedige soort. Met zijn gele klompen aan
(overigens lekker warm in de winter) loopt hij een stukje opzij. Middels een
soepele beweging werpt hij zijn kunstaas voorbij het kunstaas van zijn
vriendje. Hij loopt weer terug naar het ietwat rustiger geworden jochie en
draait kalm binnen. Terwijl hij dit doet sleept hij het kunstaas van zijn
steeds vrolijker wordend vriendje naar de kant. De lijn wordt doorgeknipt en
over de tak weer teruggetrokken. Even opnieuw vastknopen en er kan weer gevist
worden. De jongens werpen een paar keer in en houden het dan voor gezien. Ze
kwamen met veel rumoer en gaan ook weer weg met veel rumoer. Ik probeer hun
gesprek zo lang mogelijk te volgen, maar gelukkig lukt dit niet…

 
Mijn plekje…
Ik heb een aanbeet op de rechterhengel. Eerst één piepje.
Het balletje dat als drop-arm-indicator fungeert trilt. Nog een piepje. Weer
trilt het balletje. Voorzichtig trek ik het los zodat de lijn vrij van de spoel
kan lopen. De beugel staat immers open. Er krult 10 cm lijn van de spoel. Dit
kan de wind zijn. Zou de aanbeet wel doorzetten? Weer 10 cm. En nu gaat het iets
sneller. Er wordt toch zeker een meter lijn genomen. Vervolgens lijkt er niets
meer te gebeuren. Ik pak de hengel op en houd de lijn losjes tussen duim  en wijsvinger. Heel zachtjes voel ik dat de
lijn ertussendoor wordt getrokken. Ik wacht niet langer en sla aan. Hangen!

 
Vandaag even geen dobber… er is veel te zien…
Verbazend snel komt de gehaakte vis tijdens het drillen naar
de oppervlakte. Dit ben ik niet gewend van grote snoeken. Toch zijn het geen
kleine kolken die ik zie. Weinig actie vandaag, maar als ik met een metersnoek
het jaar mag afsluiten ben ik dik tevreden. Terwijl ik verder dril, en de snoek
zich toch weer naar diepere waterlagen vecht, ben ik er steeds meer van
overtuigd. Dit is een meter! Dit moet een meter zijn! En ja hoor… na een mooie
dril komt op ongeveer 10 meter uit de kant een massieve snoek boven. De aanbeet
was zeer voorzichtig en ik zie dat ik haar maar net aan de onderste dreg
gehaakt heb. Elk moment kan de haak losschieten. Deze snoek wil ik niet
verspelen en ik schuif haar dan ook maar, ondanks de rondzwevende dreggen,
rustig in het net. Ik houd het net met de snoek vervolgens in het water zodat
de snoek rustig blijft en de dreggen niet verstrikt zullen raken in het net.
Met de hand geef ik een klein rukje aan de dreg. Deze schiet meteen los. Ik leg
de snoek vervolgens op de natte onthaakmat en meet 104 cm. Een echte meter! Ik
had niet gerekend op zo’n taaie dag. En of deze stek werkelijk een hotspot is
betwijfel ik. Maar misschien is het nog te vroeg om conclusies te trekken. Laat
ik eerst maar eens genieten van deze fantastische vangst!
Fantastische afsluiter!


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.