De Jacht – Metersnoek 22

Bijna thuis…


Steeds vaker krijg ik mailtjes met vragen over hoe en
waarmee ik vis. Sommige vragen zijn simpel te beantwoorden. Op andere vragen
kan ik wel een antwoord bedenken maar weet ik zelf het antwoord (nog) niet.
Want tja, we hebben het wel over vissen! Het is heel verleidelijk om veilig
thuis achter de computer een technisch verhaal te typen. Zo op papier lijkt het
dan allemaal te kloppen, maar in de praktijk zijn de antwoorden die je vindt
(als je ze al vindt) vaak net even anders dan verwacht. Wat mij betreft moet je
voordat je antwoord geeft eerst de theorie uitgebreid in de praktijk hebben
getest. Of als dit niet is gedaan, geef dan aan dat het een theorie is en niet
meer dan dat. Overigens zeg ik dit niet door negatieve ervaringen met
mailcontacten. Juist niet, want de mensen waarmee ik de afgelopen week heb
gemaild waren nuchtere vissers. Ze bleken open te staan voor het toepassen van
nieuwe  technieken, maar beseften volgens
mij heel goed dat binnen de sportvisserij een pasklaar antwoord bijna nooit
gegeven kan worden.

 

Eén van de onderwerpen waarover ik gemaild heb is de door
mij gebruikte zalmolie. Al jarenlang gebruik ik deze olie. In eerste instantie
voor de karpervisserij. Ik verwerkte deze goede olie, op advies van ervaren
karpervissers, in mijn zelfgedraaide boilies. Ik leerde toen ook dat zalmolie
een olie is die zelfs bij heel koude temperaturen niet stroperig wordt. Binnen
het doodaaswereldje las ik vooral over het gebruik van bijvoorbeeld
sardineolie. Voor zover ik weet, en dit heb ik dus niet in de praktijk getest,
is deze olie bij koudere temperaturen dikker en lekt minder goed uit. Ik
gebruikte daarom de zalmolie en deelde deze informatie met bijna niemand. Maar
goed, tegenwoordig wordt er meer over zalmolie gesproken en heeft het weinig
zin om het te zien als een geheim.  Ik
injecteer de olie altijd vlak onder de huid en in de buikholte. Afhankelijk van
het soort aasvis zo’n 5 ml. Op deze manier heb ik al heel wat snoeken gevangen,
maar in hoeverre de zalmolie hierin een rol heeft gespeeld is lastig te
bewijzen. Wat ik wel zeker weet is dat de olie, ook al ligt het water voor de
helft dicht met ijs, heel vloeibaar blijft. Met de manier waarop ik injecteer
blijf je urenlang oliesporen aan de oppervlakte van het water zien. Dit is
mogelijk ook meteen een beperking van het gebruik van olie. Want dat het
verticaal goed uitwasemt is duidelijk, maar hoe zit het met de horizontale
uitwaseming? Hoe dan ook, ik blijf de olie gebruiken maar zie het niet als
wondermiddel. De stek waar gevist wordt is denk ik vele malen belangrijker en
de olie helpt een handje mee. Probeer het eens uit zou ik zeggen! En laat
gerust een berichtje achter over jouw ervaringen met het gebruik van oliën.

Dat wordt smullen!

Afgelopen zaterdag heb ik weer een ochtend kunnen vissen bij
de zandafgraving. Wat kun je snel wennen aan een in eerste instantie
overweldigende lap water. Als ik bijna bij mijn stek ben zie ik de vernauwing
van de plas. Het voelt als thuiskomen. Routinematig maak ik alles gereed en
even later zit ik met een bak koffie in het zonnetje. Ik geniet. Hier blijf ik
de rest van de winter terugkomen. Toch schuilt er in het woordje routinematig
een gevaar. De uitdaging van het vangen van een grote snoek blijft bestaan,
maar de geestelijke uitdaging is een beetje weg. Te lang hetzelfde uitzicht is
niet goed voor mij. Ik moet uitstapjes blijven maken. Even een dagje iets
anders zal me scherp houden. ‘k  Zal
binnenkort eens een ander water bezoeken. Even de spanning van het onbekende
zal me goed doen.  En ik weet zeker dat
ik daarna extra veel zin heb in het opnieuw bevissen van deze mooie stek. Want
een mooie stek is het! Ook al is het water zo diep, zo groot, ik wist er toch
weer een snoek te vangen. Niet een metersnoek deze keer, maar de waarde van een
snoek zit hem ook in de manier waarop en waar deze gevangen is. Ik kan dan ook
niet anders dan blij zijn met deze snoek. Groot of klein… ik vang ze allemaal
graag… maar als ik kon kiezen?

…de manier waarop en waar…

 


Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de blog van Koen Verweij.